Nadat je interieur project gerealiseerd is, vraag je jezelf af: hoe krijg ik dit prachtige interieur nu ook zo mooi en professioneel op de foto? Je wilt natuurlijk wel op je potentiële klanten overbrengen wat je in je mars hebt. In deze blog geef ik je vijf tips waarmee je zelf aan de slag kunt met je interieurfotografie.

Tips voor interieurfotografie

  1. Ruim alle rommel op
  2. Zet het raster op je camera aan
  3. Gebruik een statief 
  4. Schiet in RAW
  5. Zet de lampen uit

Tip 1: Ruim alle rommel op

Eigenlijk is dit een no-brainer voor jou als interieurontwerper. Alle items zijn met zorg gekozen, de materialen en kleuren zijn op elkaar afgestemd. Op de foto wil je niet afgeleid worden door rommeltjes, vergeten sleutels of opladers en snoeren. Zorg er dus voor dat alle troep is opgeruimd (of nog beter: laat dat van tevoren doen door de bewoners). Ook spiegels en ramen moeten het liefst spik en span zijn. Dat scheelt je weer tijd in de nabewerking…

Tip 2: Zet het raster op je camera aan

Bij interieurfotografie is het belangrijk dat je het beeld goed uitlijnt. Dat betekent dat de verticale lijnen écht verticaal zijn en de horizontale lijnen het liefst ook écht horizontaal. Door het raster op je camera aan te zetten, maak je het jezelf makkelijker om het beeld uit te lijnen. Het kan voorkomen dat je niet alle lijnen recht krijgt in een foto, bijvoorbeeld wanneer een huis een aflopende vloer heeft. Geef dan prioriteit aan het uitlijnen van de verticale lijnen die het verste weg in het beeld zijn. Deze lijnen vallen het meest op in je foto.

Tip 3: Gebruik een statief

Het gebruik van een statief is één van de belangrijkste tips voor betere interieurfotografie. Niet alleen helpt het je bij het stabiel uitlijnen van je foto bij de voorgaande tip, maar het geeft je ook de mogelijkheid om op een donkere dag toch een lichte foto te kunnen maken. Je kunt namelijk dankzij het statief voor een lange sluitertijd kiezen, zonder dat de foto onscherp wordt. Als je de camera zelf beet hebt en een te lange sluitertijd hanteert, zul je altijd iets bewegen, waardoor het beeld ook bewogen en onscherp wordt. Met het statief blijft de camera perfect op dezelfde plek, en het beeld dus scherp.

Tip 4: Fotografeer in RAW-formaat

Het fotograferen in RAW is aan te bevelen voor elke fotograaf, of je nu interieur, portretten of landschappen fotografeert. Op je camera kun je meestal kiezen voor RAW, RAW + JPEG of alleen JPEG. Bij een JPEG past je camera zelf al wat correcties toe op je foto, en is de foto meteen te gebruiken. Ook is het bestandsformaat van een JPEG relatief klein. Een RAW-formaat, het zegt het eigenlijk al, bevat alle ruwe data van de foto. Dit bestandsformaat is een stuk groter, omdat alle details er in worden opgeslagen. Je kunt in de nabewerking nog alle kanten op met een RAW-bestand, terwijl de bewerkingsmogelijkheden bij een JPEG een stuk beperkter zijn. Als je net begint met fotograferen kan het prettig zijn om voor een JPEG te kiezen, maar wil je je interieurfoto’s naar een hoger kwaliteitsniveau brengen, fotografeer dan in RAW en bewerk de foto’s zelf.

Tip 5: Zet de lampen uit

Hè? De lampen uitzetten als je gaat fotograferen? Je wil toch zo licht mogelijke foto’s? Jawel, maar dat licht wil je zo neutraal mogelijk hebben, zodat je tijdens de bewerking van je foto nog alle kanten op kan. Als je de lampen aan laat staan, krijg je een gele gloed rond de lampen die je lastig kunt bewerken.

Dat waren ze al weer, jouw vijf tips voor betere interieurfotografie! Ik zou zeggen, ga er lekker mee aan de slag, daar leer je het meeste van. En mocht je er toch niet uit komen, of geen tijd hebben om je eigen interieurfoto’s te maken, dan help ik je graag aan sfeervolle beelden van jouw interieurproject.