Je bent van plan om een interieur te gaan fotograferen. Hoe leuk is dat! Want wie droomt er niet van die Pinterest-waardige plaatjes? Of het nu is om je eigen interieur te delen op je Instagram-account, of omdat je een interieuradvies hebt gerealiseerd en dit wilt opnemen in je portfolio. Het is altijd waardevol om een interieur goed te kunnen fotograferen en anderen hiermee te kunnen inspireren.

Maar wat heb je nodig om goede foto’s van een interieur te kunnen maken? Lees gauw verder, want in deze blog ga ik hier dieper op in.

1. De no-brainer: een camera

Je zag hem vast niet aan komen, maar om een interieur te kunnen fotograferen heb je uiteraard een camera nodig. Toch kun je hier nog alle kanten mee op, afhankelijk van het niveau waarop je begint. Heb je nog nooit een camera in handen gehad en zie je op tegen het aanpassen van alle instellingen? Start dan gewoon met je telefoon! De telefoons van tegenwoordig zijn uitgerust met super goede camera’s. Als je doel is om foto’s te maken voor je Instagram kan het zelfs efficiënter zijn, omdat je de foto’s (nadat je ze bewerkt hebt) ook meteen kunt uploaden.

Fotograferen met je telefoon

Als je met je telefoon gaat fotograferen, raad ik wel aan om in RAW-formaat te fotograferen. Op je telefoon wordt dit ook wel DNG (Digital Negative) genoemd. Dit bestandsformaat bevat veel meer details dan een gewone JPG en kun je daarom veel beter bewerken. Op deze manier haal je het maximale uit de camera van je telefoon. Op een Android toestel kun je meestal in de instellingen aanpassen dat je in RAW of DNG formaat wilt fotograferen.

Voor de gemiddelde iPhone geldt dat je een app nodig hebt om in RAW te kunnen fotograferen, bijvoorbeeld de Lightroom app. Op zich is dat niet zo’n ramp, want deze app kun je ook meteen gebruiken om de foto te bewerken. Vanaf de iPhone 12 Pro en latere pro-modellen is het mogelijk om zonder externe app in RAW te fotograferen. Apple noemt dit pro-RAW, hier lees je hoe je dit moet instellen op je iPhone.

Fotograferen met een camera

Als je er voor kiest om te fotograferen met een camera, kies dan voor een camera waarbij je zelf de sluitertijd, ISO en het diafragma kunt instellen. Je hebt dan meer controle over het licht dat in je camera valt en kunt, afhankelijk van je lens, ook mooie detailfoto’s maken met een onscherpe achtergrond.

Je hoeft om te starten met interieurfotografie echt niet de beste camera te hebben. Start met wat je hebt, of koop een betaalbare camera en ga daarmee experimenteren. Wanneer je meer ervaring krijgt met het fotograferen van interieurs, krijg je een beter beeld van wat je camera moet aankunnen. Ik ben bijvoorbeeld gestart met een camera met crop-sensor, de Sony A6000. Vaak zijn deze camera’s wat goedkoper dan een full frame camera, maar kun je er nog steeds mooie foto’s mee maken. Ik heb er zelfs mijn eerste publicatie mee gefotografeerd! De Sony A6000 is nieuw nog slecht te verkrijgen, maar zijn opvolger, de Sony A6100 kun je voor een vriendelijke prijs aanschaffen.

Het nadeel van een crop camera is dat deze een kleinere lichtsensor heeft en daardoor minder gevoelig is voor licht. Dit kan lastig zijn wanneer het een donkere dag is, of als je in een donkere ruimte fotografeert. Zo lang je vanaf een statief fotografeert is dit op zich geen probleem, je kunt dan voor een langere sluitertijd kiezen om dezelfde hoeveelheid licht in de foto te krijgen. Wanneer je klaar bent voor de volgende stap kun je overstappen op een full frame camera. Inmiddels heb ik die stap ook gemaakt en ben ik overgestapt op de Sony A7IV (nog steeds zo blij mee!)

Lenzen om een interieur te fotograferen

Wanneer je met een camera aan de slag gaat, kom je ook terecht in de wereld van lenzen. Je kunt er voor kiezen een camera met kitlens te kopen. De Sony A7III heeft bijvoorbeeld een kitlens van 28-70mm, F3.5-5.6. Met deze kitlens kun je al prima fotograferen. Hij is alleen niet zo lichtgevoelig, omdat het diafragma niet heel laag kan, zeker niet als je ingezoomd bent. Nogmaals: als je van je statief fotografeert is er niks aan de hand. Maar wanneer je die mooie detailfoto’s wilt maken met het bokeh effect (een deel van de foto onscherp), dan moet het diafragma het liefst zo laag mogelijk kunnen. Lager dan de kitlens aan kan. Je hebt dan twee opties:

  • Je koopt er een extra lens bij die met name geschikt is voor deze detailfoto’s. Bijvoorbeeld een 50 mm lens, F1.8. Het voordeel is dat deze lenzen voor een prima prijsje te koop zijn. Het nadeel is dat je niet kunt zoomen, en dus altijd zelf moet bewegen ten opzichte van het onderwerp dat je wilt fotograferen. Een tweede nadeel is dat je vaker zult moeten wisselen van lens tijdens een fotoshoot.
  • Je stapt over op een zoomlens die ook een laag diafragma heeft. Bijvoorbeeld een 24-70, F2.8. Dit is een heel veelzijdige lens, omdat je er zowel de overzichtsfoto’s, de medium foto’s als de detailfoto’s mee kunt maken. Het voordeel is dat je met die ene lens bijna al je foto’s kunt maken en dus nauwelijks hoeft te wisselen tijdens een shoot. Het nadeel is dat deze lenzen meestal wat prijziger zijn.

2. Onmisbaar bij het fotograferen van een interieur: een statief

Je zag hem al een paar keer voorbij komen: het statief. Of je nu gaat fotograferen met je telefoon of met een camera, een statief is echt onmisbaar bij het fotograferen van een interieur. Allereerst helpt het statief je met uitlijnen van de verticale lijnen in de foto. In mijn blogpost over tips voor interieurfotografie kon je al lezen dat het belangrijk is de verticale lijnen ook verticaal op de foto te krijgen. Door het raster op je camera aan te zetten en vanaf een statief te fotograferen, kun je goed de tijd nemen om de boel uit te lijnen.

Daarnaast helpt een statief je wanneer een ruimte wat donkerder is en je toch een lichte foto wilt maken. Door een langere sluitertijd te hanteren kan er meer licht in de lens vallen, waardoor je foto ook lichter wordt. Het nadeel van een langere sluitertijd is dat je het beeld minder goed kunt bevriezen en dat er beweging in de foto komt. Door een statief blijft de camera in exact dezelfde positie, waardoor je beweging en onscherpte in je foto voorkomt.

Het kan overigens een leuk effect zijn om bewust beweging in een foto te creëren, zoals de ‘loopfoto’ die je hiernaast ziet. Ook hierbij is een statief onmisbaar!

Statieven zijn er ook weer in verschillende prijscategorieën. Ik begon met een instapmodel statief, dat was prima in combinatie met mijn relatief lichte camera. Nu ik met een full frame camera en zware lens werk, ben ik overgestapt op het statief van Sirui met balhoofd. Dit statief is een stuk steviger en stabieler, dus ik hoef niet bang te zijn dat de hele boel omkukelt.

3. Software om na te bewerken

En last but not least, heb je een programma nodig om je foto’s na te bewerken. Sowieso zijn RAW bestanden niet te openen als afbeelding en moeten ze eerst omgezet worden in bijvoorbeeld een JPG formaat. Zie de RAW bestanden als de negatieven en je nabewerkingsprogramma als de donkere kamer. Daarnaast kun je door het nabewerken van je foto’s net even dat beetje extra meegeven. Wat extra warmte of kleur toevoegen, schaduwen opheffen of oneffenheden wegwerken, noem maar op.

Het meest bekende programma om foto’s te bewerken is Lightroom van Adobe. Je hebt daarbij onderscheid tussen Lightroom en Lightroom Classic. Lightroom Classic is de meest uitgebreide versie (en de versie die ik gebruik). Je kunt Lightroom aanschaffen door een abonnement af te sluiten, voor een vaste prijs per maand. Als je niet vast wilt zitten aan een vast bedrag per maand, zijn er ook zogenaamde refurbished licenties die je kunt overkopen voor een eenmalig bedrag. Vaak gaat het hier om een wat oudere versie van het programma en krijg je ook geen updates.

That’s it! Je kunt altijd nog verder uitbreiden met flitsers of lampen, of aan de slag gaan met Photoshop om die gekke stopcontacten nog beter weg te kunnen poetsen. Maar met deze benodigdheden ben jij er helemaal klaar voor.